Er zit geld in de menselijke genen

24 december 1994
GERBRAND FEENSTRA

De commercie krijgt greep op het menselijk DNA. Het afgelopen jaar hebben de grote farmaceutische ondernemingen de jacht op menselijk erfelijk materiaal geopend, in de hoop de concurrentie voor te zijn bij het ontwikkelen van medicijnen of therapieŽn voor erfelijke ziekten.

DINSDAGAVOND 13 september 1994. Het Amerikaanse televisiestation NBC brengt het nieuws dat het gen voor de erfelijke vorm van borstkanker is geÔsoleerd. Volgens de onderzoekers kan er binnen twee jaar een test zijn waarmee vrouwen die het gen dragen, kunnen worden opgespoord.

Opwinding alom. De persbureaus verspreiden de primeur razendsnel over de wereld en het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Science, dat de manuscripten van de onderzoekers in behandeling heeft, besluit vanwege de voortijdige publiciteit om ze eerder vrij te geven dan de bedoeling was.

De opwinding over de ontdekking van het borstkanker-gen (BRCA 1) wordt er niet minder op, als kort daarna blijkt dat een van de Amerikaanse ontdekkers, Mark Scolnick, verbonden aan de universiteit van Utah en het bedrijf Myriad Genetics in Salt Lake City, er octrooi op heeft aangevraagd. Het moet dienen om een door Myriad te ontwikkelen test op het gen af te schermen van concurrenten.

Dinsdag 4 oktober 1994. Tijdens de jaarlijkse door Science en HUGO (de Human Genome Organization) georganiseerde conferentie over het menselijk genoom, komen in een hotel in Washington DC top-onderzoekers en vertegenwoordigers van gentechnologie-bedrijven in een bijzaaltje achter gesloten deuren bijeen.

Op de agenda staan de activiteiten van het Amerikaanse bedrijf Human Genome Sciences (HGS) uit Rockville, Maryland. HGS is sinds twee jaar op een geheel eigen manier bezig met het in kaart brengen van onderdelen van het menselijk genoom.

Onderzoekers die gebruik willen maken van de kennis van HGS mogen dat, mits ze het bedrijf een optie geven op de produkten die met deze kennis zullen worden vervaardigd. HGS behoudt zich ook het recht voor wetenschappelijke publikaties op basis van hun materiaal tevoren in te zien.

De bijeenkomst in het zaaltje, op initiatief van de Britse Wellcome Trust, gaat echter, zo kort na het bekend worden van de octrooi-aanvraag van Myriad Genetics op het BRCA-1-gen, vooral over iets anders: de groeiende bezorgdheid over de toenemende commerciŽle greep op het onderzoek van het menselijk DNA.

Het octrooieren van menselijke genen belemmert de vrije uitwisseling van wetenschappelijke informatie. Het zou zelfs de voortgang van een van de grootste projecten uit de biologie, het in kaart brengen van het gehele menselijk genoom, in gevaar kunnen brengen, zo is de vrees.

In de isolering van het borstkanker-gen en de octrooi-aanvraag op dat gen komen twee van de belangrijkste ontwikkelingen in het afgelopen jaar op het terrein van het genetisch onderzoek van de mens samen.

Het BRCA-1-gen was, sinds in 1990 de eerste aanwijzingen voor zijn bestaan waren gevonden, een hot topic in het DNA-onderzoek geworden. Diverse onderzoeksgroepen wierpen zich in de race om het als eerste in handen te krijgen. Isolering zou, zo was de verwachting, onderzoekers meer inzicht verschaffen in de vraag hoe borstkanker - in westerse landen de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen - ontstaat.

Het gen zou, althans voor vrouwen met een erfelijke belasting voor borstkanker, ook van direct belang kunnen zijn. Met een test die mutaties in het gen aantoont, zouden vrouwen met zulke mutaties opgespoord kunnen worden en gecontroleerd kunnen worden op de eerste symptomen van borstkanker. Ze zouden er, in de wetenschap draagster van een gemuteerd BRCA-1-gen te zijn, zelfs toe over kunnen gaan, uit voorzorg hun borsten te laten verwijderen.

Het belang en de implicaties van de isolering van het borstkanker-gen waren dus duidelijk. Toch pakt het, twee maanden na de eerste publikaties over BRCA 1, anders uit. Was toen al sprake van zeker vijf mutaties in het gen, vervolgonderzoek dat in december in Nature Genetics is gepubliceerd, voegt daar nog minstens twintig andere aan toe.

Een gen waarin zoveel verschillende mutaties voorkomen, die alle tot de ontwikkeling van borstkanker kunnen leiden, leent zich slecht voor een test. Het perspectief op een test die er binnen ťťn tot twee jaar zou zijn, wordt daardoor plotseling een stuk vager. Misschien valt nog te denken aan de test die de meest voorkomende mutaties opspoort, maar ťťn test voor alle mutaties lijkt een illusie.

De geschiedenis van het BRCA-1-gen is wellicht illustratief voor de ontwikkeling van de kennis over het menselijk genoom: naarmate onderzoekers dieper doordringen in de geheimen van het menselijk DNA, zal blijken dat de werkelijkheid ingewikkelder is, complexer ook, dan ze vaak in hun enthousiasme denken.

Niet alleen bestaan er kennelijk veel mutaties in belangrijke genen; bij belangrijke, veelvoorkomende ziekten spelen meer genen tegelijk een rol. Over de manier waarop al die genen op elkaar inwerken, moet de eerste blauwdruk nog op de tekentafel komen.

De complexiteit van het menselijk DNA werkt echter nauwelijks afschrikkend op de farmaceutische multinationals. Die zijn druk bezig hun greep op het genoom-onderzoek te versterken, in een poging hun positie veilig te stellen in de komende concurrentieslag om nieuwe geneesmiddelen, tests of therapieŽn op basis van genetische kennis.

1994 Is het jaar geworden waarin het genoom-onderzoek is vercommercialiseerd. De eerste tekenen waren er al eerder, maar het afgelopen jaar is vrijwel iedere zichzelf respecterende farmaceutische onderneming een alliantie aangegaan met een bedrijf dat zich op de DNA-kartering toelegt.

Zo sloot de Zwitserse gigant Hoffmann-la Roche een overeenkomst met Millenium Pharmaceuticals voor de ontwikkeling van gentherapieŽn voor overgewicht en ouderdomsdiabetes (70 miljoen dollar) en contracteerde de Amerikaanse multinational Schering-Plough het bedrijf Canii voor onderzoek naar op genetische kennis gebaseerde kankermedicijnen (50 miljoen dollar).

Het Frans-Amerikaanse concern Rhone-Poulenc Rorer lanceerde onlangs een grootscheeps netwerk van bedrijven en onderzoekslaboratoria om de concurrenten in de slag om de ontwikkeling van gentherapie een slag voor te kunnen blijven (300 miljoen dollar), geneesmiddelenfabrikant Pfizer sloeg het bedrijf Incyte aan de haak en Eli Lilly zal, als het er ooit nog van komt, de borstkankergen-test van Myriad Genetics op de markt brengen.

Van vorig jaar dateert de samenwerkingsovereenkomst tussen de Amerikaanse farmaceutische onderneming SmithKline Beecham en Human Genomic Sciences (HGS), waarmee 125 miljoen dollar is gemoeid. HGS is de commerciŽle tak van The Institute for Genomic Research (TIGR), een onderneming die in 1992 werd opgericht door de Amerikaanse onderzoeker Craig Venter.

Deze voormalige medewerker van de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) besloot in 1992 zijn loopbaan in overheidsdienst op te geven om zich geheel toe te leggen op een nieuwe techniek voor het in kaart brengen van menselijke genen.

Anders dan de meeste genoom-onderzoekers gaat Venter niet uit van het DNA, maar van het zogeheten boodschapper-RNA (mRNA). Dit brengt de boodschap uit het DNA in de celkern over naar de ribosomen ('eiwitfabriekjes') elders in de cel. mRNA's kunnen uit lichaamscellen worden geÔsoleerd en terugvertaald in het DNA waar ze van afgeschreven werden. Met deze elegante en snelle techniek kunnen ook genen opgespoord worden.

Venter ontwikkelde deze techniek toen hij nog bij de NIH werkte, maar kreeg daar niet voldoende armslag om het project verder uit te bouwen. Hij besloot daarom voor zichzelf te beginnen met een op industriŽle leest geschoeid, door robots uitgevoerd DNA-karteringsprogramma. Inmiddels heeft HGS zo'n 150 duizend verschillende DNA-sequenties op basis van mRNA's in beeld gebracht.

Het openbaar maken van deze massale hoeveelheid grotendeels originele DNA-informatie hangt echter nog. HGS kondigde begin oktober aan dat het zijn databank met DNA-gegevens binnenkort open zal stellen voor gebruik door derden - zij het op voorwaarde dat de onderneming een optie krijgt op de rechten op produkten die met deze kennis zullen worden vervaardigd.

Deze 'eigendomsclaim' op belangrijke brokstukken van het menselijk DNA heeft kwaad bloed gezet bij veel andere genoom-onderzoekers. Haast van de weeromstuit heeft een van de belangrijkste concurrenten van SmithKline Beecham, Merck Sharp&Dohme, het initiatief genomen voor precies het omgekeerde: het oprichten van een DNA-databank die geheel gratis en zonder enige verplichting te raadplegen zal zijn door wie maar wil. Niet bekend

Terwijl het Europees Octrooi Bureau welwillend lijkt te staan tegenover octrooien op menselijke genen, sprak het Europees Parlement zich in mei van dit jaar er resoluut tegen uit. Ook de Franse en de Britse regering voelen er weinig voor.

De druk om octrooien op menselijke genen toe te staan, is echter groot. Bedrijven die op commerciŽle basis aan de kartering van het menselijk genoom werken, zien anders geen kans hun investeringen in het onderzoek terug te verdienen. De associatie van de Zwitserse farmaceutische industrie Interpharm vindt dat octrooien op menselijke genen best kunnen worden toegestaan, omdat het tenslotte niet iets natuurlijks betreft: 'Geisoleerde genen komen in de natuur immers niet voor.'

Veel onderzoekers van het menselijk genoom willen echter niets weten van octrooien. Zij vinden, blijkens een verklaring die circuleerde tijdens de vierde Science/HUGO-conferentie die in 1992 in Nice werd gehouden, dat 'alle basisinformatie die wordt verkregen door het bestuderen van de genomen van mens, dier, plant en andere organismen deel uitmaakt van het wetenschappelijk erfgoed van de mens en daarom vrij toegankelijk moet zijn voor de gehele wetenschappelijke gemeenschap.'

Of zoals Charles Auffrey, de wetenschappelijk directeur van Frankrijks grootste laboratorium voor genkartering, Gťnťthon, het in Nice ter verdediging van die resolutie uitdrukte: 'Shakespeare komt weliswaar het auteursrecht toe op Hamlet, maar daarmee heeft hij nog niet octrooi op de Engelse taal, laat staan op het alfabet.'